Wet verbeterde premieregeling: 1 januari 2018 belangrijke datum

Wet verbeterde premieregeling: 1 januari 2018 belangrijke datum

Laatst gewijzigd op 18 oktober 2017

Om deelnemers op een consistente manier voor te lichten, moeten pensioenuitvoerders vanaf 1 januari 2018 gebruik maken van standaardmodellen. Daarnaast moeten zij uiterlijk 1 januari een beleggingsbeleid aanbieden dat voorsorteert op een variabele uitkering.

De Wet verbeterde premieregeling (Wvp) is inmiddels ruim een jaar van kracht. In de wet is 1 januari 2018 gedefinieerd als een belangrijke datum. Voor pensioenuitvoerders die zelf een variabele uitkering aanbieden, geldt dat vanaf deze datum gebruik moet worden gemaakt van de zogenaamde standaardmodellen. Daarnaast geldt voor alle pensioenuitvoerders van een beschikbare premieregeling  dat uiterlijk op 1 januari 2018 in de opbouwfase een beleggingsbeleid meestal een lifecycle moet worden aangeboden dat voorsorteert op een variabele uitkering.

Standaardmodellen pensionering

Sinds de invoering van de Wvp zijn meerdere pensioenuitvoerders een variabele uitkering gaan aanbieden. Hierbij valt op dat er een grote verscheidenheid aan producten is. De producten onderscheiden zich onder meer door:

  • het gehanteerde beleggingsbeleid;
  • het wel of niet inprijzen van een vaste daling;
  • het wel of niet spreiden van schokken.

Vanwege de vele verschillen is het belangrijk dat deelnemers op een consistente manier worden voorgelicht bij het maken van hun pensioenkeuze. Hiervoor zijn door een koepelwerkgroep standaardmodellen opgesteld. Deze koepelwerkgroep bestaat uit afgevaardigden van de Pensioenfederatie, het Verbond van Verzekeraars, het ministerie van SZW en de AFM. De standaardmodellen Zijn inmiddels beschikbaar voor verzekeraars. Voor pensioenfondsen is dit nog niet het geval, waardoor implementatie per 1 januari 2018 lastig wordt.

Alternatief beleggingsbeleid opbouwfase

Voor alle pensioenuitvoerders geldt de verplichting om uiterlijk 1 januari 2018 een beleggingsbeleid aan te bieden dat voorsorteert op een variabele uitkering. De reden hiervoor is dat er op basis van de Wvp een wettelijk shoprecht geldt voor deelnemers van beschikbare premieregelingen. Dit wettelijke shoprecht geldt alleen voor het type uitkering dat niet zelf door de pensioenuitvoerder wordt aangeboden. Het staat de pensioenuitvoerder natuurlijk vrij om ook een shoprecht aan te bieden voor het type uitkering dat wél wordt aangeboden.

Het beleggingsbeleid voor de variabele uitkering kan gedurende meerdere jaren hetzelfde zijn als het standaard beleggingsbeleid voor de vaste uitkering. Naarmate de pensioendatum echter nadert, zal een aantal risico’s waaronder beleggingsrisico’s en het renterisico minder worden afgedekt dan bij de vaste uitkering. Voor pensioenuitvoerders die de variabele uitkering zelf aanbieden, zal het beleggingsbeleid in de opbouwfase aansluiten op het beleggingsbeleid dat in de uitkeringsfase wordt aangeboden. Voor de pensioenuitvoerders die de variabele uitkering niet zelf aanbieden, is het minder vanzelfsprekend waarop wordt aangesloten.

Voorlopige keuze vast of variabel

Op het moment dat het beleggingsbeleid voor de variabele uitkering gaat afwijken van dat voor de vaste uitkering, moet deelnemers gevraagd worden wat hun voorkeur heeft: een vaste of variabele uitkering. Deze keuze is echter nog niet definitief, omdat de definitieve keuze pas op de pensioendatum wordt gemaakt. De AFM heeft aangegeven dat wenselijk is dat elementen uit de standaardmodellen ook worden gehanteerd bij het voorleggen van de voorlopige keuze. Uiteraard geldt dat wel eerst de standaardmodellen bekend moeten zijn, voordat duidelijk is welke gehanteerd kunnen worden bij de voorlopige keuze.

Uiterlijk 1 januari 2018 moet er dus het een en ander geregeld zijn, maar ook gedurende 2018 zullen de ontwikkelingen ongetwijfeld doorgaan. TKP houdt deze nauwlettend in de gaten en informeert u hier graag over.