
In gesprek met AI over de Wvps
Moeten kleine pensioenen worden verdeeld bij een echtscheiding en welke regels van de Wet verevening* pensioenrechten bij scheiding (Wvps) gelden daar precies bij? In deze column ga ik in op deze vragen. Ik stelde ze ook aan ChatGPT. Benieuwd of we het met elkaar eens zijn.
Eerst de vraag of kleine pensioenen bij een scheiding verdeeld moeten worden. Kleine pensioenen zijn pensioenen onder de afkoopgrens (2026: € 632,63).
Artikel 3 lid 3 van de Wvps luidt als volgt:
- Een pensioen wordt niet verevend, indien op het tijdstip van scheiding het deel van dat pensioen, waarop recht op uitbetaling ontstaat, het in artikel 66, eerste lid, van de Pensioenwet genoemde bedrag niet te boven gaat.
En het eerste lid van artikel 3 zegt:
- Het deel bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt de helft van het pensioen dat zou moeten worden uitbetaald indien:
a.de tot verevening verplichte echtgenoot uitsluitend gedurende de deelnemingsjaren tussen de huwelijkssluiting en het tijdstip van scheiding zou hebben deelgenomen;
Dit betekent dat er niet wordt verevend als bij een standaard-verdeling van 50/50 het vereveningspensioen (‘het pensioen, waarop recht op uitbetaling ontstaat’) onder de afkoopgrens (zeg voor het gemak € 600) komt. Ook niet als de verdeling 60/40, 80/20 of welke verhouding dan ook is en die 60 of 80% wel boven de afkoopgrens uitkomt. Anders gezegd: een pensioen wordt niet verevend volgens de Wvps als het minder bedraagt dan 2 x € 600 = € 1.200.
Maar wat als het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen meer is dan € 1.200? Bijvoorbeeld€ 2.000 per jaar. Wat kan wel en wat kan niet afgesproken worden?
Artikel 4 lid 1 van de Wvps zegt:
- Bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding kunnen de echtgenoten in afwijking van artikel 3, aanhef en onderdeel a van het eerste lid, overeenkomen het deel bedoeld in artikel 2, tweede lid, te bepalen op een door hen te kiezen vast percentage dan wel de in artikel 3, eerste lid, onder a, nader bepaalde periode te wijzigen. Het bij geschrift met het oog op de scheiding door de echtgenoten overeen te komen deel kan niet worden bepaald op een percentage dat op het tijdstip van scheiding resulteert in een pensioenaanspraak gelijk aan of lager dan het in artikel 3, derde lid, bedoelde bedrag.
Je kunt dus iets anders afspreken dan 50/50, zolang er door die afspraak maar geen aanspraak ontstaat onder de afkoopgrens. Voorbeeld:
80/20-verdeling
€ 2.000 * 0,8 = € 1.600 per jaar voor de deelnemer na verevening
€ 2.000 * 0,2 = € 400 per jaar voor de ex-partner na verevening
Dit mag niet. Bij een 50/50 verdeling is het weliswaar boven de afkoopgrens, maar bij een afwijkende 80/20 verdeling is het deel van de ex-partner onder de afkoopgrens.
70/30-verdeling
€ 2.000 * 0,7 = € 1.300 per jaar voor de deelnemer na verevening
€ 2.000 * 0,3 = € 700 per jaar voor de ex-partner na verevening
Dit mag wel omdat de bedragen zowel bij een 50/50 als de afwijkende 70/30 verdeling boven de afkoopgrens liggen.
En nu een 0/100 verdeling. Mag dat? Dus de ex krijgt het volledige ouderdomspensioen? Kan dat niet omdat het verevende deel van de deelnemer dan onder de afkoopgrens komt te liggen? Of kan het wel omdat er dan geen deel meer is dat aan de deelnemer wordt uitgekeerd en dus ook geen ‘klein pensioen‘meer dat geadministreerd moet worden?
Het laatste is juist. Er resulteert immers in de woorden van artikel 4 geen ‘pensioenaanspraak lager dan het grensbedrag’. De essentie van de bepalingen is dat je niet verevent als een uit te keren pensioen daardoor onder de afkoopgrens komt. Achterliggende idee is immers dat ‘kleine pensioenen’ belastend zijn voor de administratie.
Nu vragen we het aan ChatGPT. Eerst of het gehele pensioen naar de ex-partner mag bij een opgebouwd pensioen van € 1.100. En daarna of ik bij € 1.400 ook een verdeling 80/20 mag afspreken.
Op de eerste vraag antwoordt ChatGPT:
Ja, dit mag. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) heeft uw ex-partner in beginsel recht op 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. U bent echter volkomen vrij om samen afwijkende afspraken te maken, zoals het toekennen van het gehele bedrag aan haar.
En op de tweede:
Ja, dat mag absoluut. De wettelijke standaardregel is inderdaad een verdeling bij helfte (50/50), maar de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding geeft jullie de vrijheid om hiervan af te wijken. Jullie kunnen samen in onderling overleg iedere gewenste verhouding afspreken, inclusief 80/20.
Waarmee maar weer eens is aangetoond dat AI een waardevolle meedenker kan zijn – maar in ons vakgebied nog geen vervanger van juridische precisie en professioneel oordeel.
* Waarom in de Wvps de v staat voor ‘verevening’ en niet gewoon voor ‘verdeling’ heb ik nooit begrepen. De nieuwe wet die dit gaat regelen (nu nog een wetsvoorstel) is de Wet Pensioenverdeling bij scheiding (Wps).