Spring naar inhoud
Klantbediening

Keuzebegeleiding: keuze partnerpensioen vraagt om compleet financieel plaatje

Het lijkt een overzichtelijke keuze voor een deelnemer die de pensioenleeftijd nadert: kiest ze voor partnerpensioen of ruilt ze het in voor een hoger eigen ouderdomspensioen? Kiest ze voor de ander of voor zichzelf? Maar zo zwart-wit is het niet. Verschil in leeftijd, levensverwachting of gezondheid kunnen partnerpensioen een dure keuze maken voor het héle huishouden. Als fonds kunt u daar in de keuzebegeleiding rekening mee houden.

Wanneer een deelnemer de AOW-leeftijd bereikt, komt ze voor keuzes te staan. Eerst de pensioendatum. Dat is vooral een kwestie van tijdsvoorkeuren (zie ook het vorige artikel over keuzebegeleiding). Daarna volgt een tweede keuze: hoeveel partnerpensioen ze voor haar partner wil behouden en hoeveel ze wil omzetten naar een hoger ouderdomspensioen. De meeste fondsen bieden een standaardverdeling: een 100:70-verhouding. Dat betekent dat tegenover elke eigen 100 euro ouderdomspensioen 70 euro partnerpensioen staat.

De prijs die een deelnemer betaalt

Of een deelnemer van die standaardverdeling wil afwijken, lijkt een keuze tussen meer inkomen voor zichzelf of meer financiële zorg voor de partner. Wie kiest voor extra ouderdomspensioen, kiest voor zichzelf. Wie het partnerpensioen behoudt, beschermt de ander. Maar dat gangbare zwart-wit-beeld klopt niet helemaal. De keuze gaat namelijk niet alleen over hoeveel bescherming de deelnemer in kwestie wil regelen, maar ook over de prijs die ze daarvoor betaalt.

De keuze gaat niet alleen over hoeveel bescherming de deelnemer wil regelen, maar ook over de prijs die ze daarvoor betaalt

Pensioenfondsen gebruiken voor uitruil collectieve factoren, gebaseerd op gemiddelden. Mannen en vrouwen krijgen dezelfde ruilfactor en de werkelijke leeftijd van de partner speelt geen rol. Daardoor kan dezelfde verhouding voor het ene koppel aantrekkelijk zijn en voor het andere ongunstig.

Rekenvoorbeeld: duur partnerpensioen

Stel, een deelnemer is bij haar pensionering 3 jaar jonger dan haar mannelijke partner. Volgens sekseneutrale tarifering is ze dan ongeveer een jaar ouder. Dat maakt partnerpensioen voor dit koppel relatief duur: de bescherming die zij inkopen is ongeveer de helft waard van wat zij ervoor inleveren. Bij het ouderdomspensioen werkt de sekseneutrale tarifering in het voordeel van deze deelnemer, omdat vrouwen een hogere levensverwachting hebben.Extra ouderdomspensioen is voor deze deelnemer zo’n 5 procent meer waard dan de collectieve prijs.

De aanname is doorgaans dat de levensduren van partners los van elkaar staan. In werkelijkheid lijken partners vaak op elkaar in opleiding, leefstijl en gezondheid. Dit verlaagt de verwachte waarde van partnerpensioen met nog eens 10 tot 15 procent. Voor dit koppel is het dus het verstandigst af te wijken van de standaard, zeker als de partner zelf ook een goed pensioen heeft. In hun situatie levert extra partnerpensioen weinig extra zekerheid tegen een relatief hoge prijs.

Elk koppel is anders

Voor andere koppels of huishoudens kan dat weer anders zijn. Een ongezonde deelnemer die een jongere partner heeft met weinig eigen pensioen, kan juist meer hebben aan méér partnerpensioen. Gezondheid, vermogen, bestedingsbehoeften en tijdsvoorkeuren spelen mee.

Door relevante gegevens te verzamelen en de gevolgen voor elk koppel of huishouden zichtbaar te maken, helpt u een deelnemer betere afwegingen te maken

Goede keuzebegeleiding kan hier veel verschil uitmaken.Door de relevante gegevens te verzamelen en de gevolgen voor elk koppel of huishouden zichtbaar te maken, helpt u een deelnemer betere afwegingen te maken.Hoeveel inkomen hebben beide partners zolang zij samenleven? Wat resteert na overlijden? Kan de langstlevende de vaste lasten betalen? En hoe belangrijk is extra inkomen in de eerste pensioenjaren ten opzichte van bescherming later?

Heeft de partner weinig eigen inkomen en zou na overlijden van een deelnemer een groot tekort kunnen ontstaan, dan is het goed extra nadruk op het partnerpensioen te leggen. Is er voldoende eigen inkomen en hechten beide partners meer waarde aan gezamenlijk inkomen nu, dan helpt het om duidelijk te laten zien wat uitruil oplevert.

Spanning individu en collectief

Een kanttekening is dat betere keuzebegeleiding voor uw fonds spanning kan opleveren tussen individuele belangen en het collectieve belang. Deelnemers voor wie partnerpensioen duur is, zullen eerder geneigd zijn het uit te ruilen voor meer ouderdomspensioen. Daardoor kan binnen een fonds een relatief duurdere groep achterblijven en de prijs van partnerpensioen verder oplopen. Maar daar staat tegenover dat individuele deelnemers wel beter begeleid worden.

Keuzebegeleiding in 2030: hier werken we naartoe

In onze visie op klantbediening en keuzebegeleiding in 2030 focussen we ons op wat deelnemers werkelijk nodig hebben om goede afwegingen te maken. Met de hulp van technologie, zoals verantwoorde AI, geven we ze onder meer een breder financieel beeld en meer context. Benieuwd naar uw mogelijkheden? Download de paper en ontdek meer.

Auteur