
Mogelijke gevolgen van UWV-correctie WIA-dagloon voor pensioenregelingen
UWV heeft in het verleden bij sommige WIA-uitkeringen een te laag dagloon vastgesteld. De overheid compenseert getroffen deelnemers hiervoor met een eenmalige vergoeding. Deze fout kan echter ook gevolgen hebben voor pensioenregelingen die voor de hoogte van een arbeidsongeschiktheidspensioen of premievrijstelling afhankelijk zijn van het door UWV vastgestelde dagloon. In dit artikel leest u voor welke pensioenproducten dit relevant kan zijn en wanneer er geen gevolgen zijn.
In september 2024 is bekend geworden dat UWV fouten heeft gemaakt bij de vaststelling van het WIA-dagloon. Het dagloon werd door UWV in bepaalde gevallen te laag berekend waardoor de wettelijke WIA-uitkering te laag is vastgesteld. Mensen die daardoor geraakt zijn, worden via een eenmalige vergoeding gecompenseerd door de overheid. Onlangs heeft de minister daarover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het door UWV te laag vastgestelde WIA-dagloon kán ook gevolgen voor hebben andere (financiële) regelingen die een relatie hebben met dat dagloon, zoals pensioenregelingen. Het gaat dat met name om het arbeidsongeschiktheidspensioen en de regeling van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Of dat zo is, is afhankelijk van het pensioenproduct en de omschrijvingen in het pensioenreglement. Voor pensioenregelingen die geen koppeling kennen met brondata van UWV uit het SUAG, zijn er geen gevolgen.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Als de pensioenregeling uitsluitend een zogenoemde WIA-excedentpensioen kent, heeft een te laag vastgesteld dagloon geen invloed. Veel pensioenregelingen kennen alleen deze vorm. Een WIA-excedentpensioen ziet immers juist op het – door de werkgever en niet door UWV doorgegeven – salarisdeel boven het maximum dagloon; op jaarbasis zo’n € 80.000. Het maximumdagloon is immers een wettelijk gegeven. Een voorbeeld:
Hoogte arbeidsongeschiktheidspensioen
Het jaarlijkse arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt een percentage van het bedrag waarmee de berekeningsgrondslag bedoeld in lid 9.3 het WIA-maximum jaarloon dat van toepassing is op de dag waarop het arbeidsongeschiktheidspensioen ingaat, overtreft. Dit percentage is gelijk aan het uitkeringspercentage dat in aanmerking is genomen voor de vaststelling van de uitbetaalde WIA-uitkering en is maximaal 70% van het salaris.
Het te laag vastgestelde dagloon kan wel effect hebben op arbeidsongeschiktheidsproducten die een aanvulling op de WIA-uitkering zijn en een koppeling kennen met het door UWV vastgestelde dagloon. Een voorbeeld:
De deelnemer die op of na 1 januari 2006 een uitkering krachtens de IVA verwerft, heeft recht op een aanvulling op die uitkering. De aanvulling bedraagt 5% van het dagloon.
Premievrijstelling
Ook hiervoor geldt dat als er geen koppeling gemaakt wordt met het door het UWV vastgestelde dagloon, er geen gevolgen zijn. Dat betekent dat als de hoogte van de premievrijstelling uitsluitend afhankelijk is van de mate van arbeidsongeschiktheid zoals vastgesteld door het UWV en er geen relatie is met het dagloon, er geen effecten zijn. Een voorbeeld:
Omvang voortzetting
De voortzetting vindt vanaf de datum van volledige dan wel gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking plaats voor:
- 100% bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer
- 80%
De in dit lid bedoelde mate van arbeidsongeschiktheid is dezelfde als het arbeidsongeschiktheidspercentage waarnaar de WIA-uitkering wordt uitgekeerd ten tijde van de volledige dan wel gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking. Voor de voortzetting wordt uitgegaan van het jaarsalaris dat gold direct voorafgaande aan de betreffende mate van arbeidsongeschiktheid.