Het Algemeen Pensioenfonds als welkome aanvulling

Na de PPI, het multi-ondernemingspensioenfonds (multi-OPF) en de voorstellen voor een Algemene  Pensioeninstelling (API) komt er een Algemeen Pensioenfonds (APF). Hierover heeft het kabinet een consultatiedocument gestuurd naar de Tweede Kamer en pensioeninstellingen. Het APF is een nieuwe pensioenuitvoerder, naast de vier bekende: de pensioenverzekeraar, het ondernemingspensioen, de PPI en het bedrijfstakpensioenfonds. Het kabinet wil dus een zo breed mogelijk pakket aan uitvoeringsmogelijkheden bieden aan de pensioensector. Door Hans Breuker, Hoofd Pensioenadvies TKP.

Nieuwe mogelijkheden zijn welkom. Want pensioenfondsen die willen stoppen vanwege de toenemende regeldruk en toezichteisen hebben nu een beperkte keuze. Ze zijn aangewezen op een pensioenverzekeraar of een bedrijfstakpensioenfonds. Beide alternatieven kennen hun beperkingen, dat erkent ook het kabinet. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen raakt de werkgever de zeggenschap over de eigen pensioenregeling kwijt en hij moet risico’s delen met anderen. Dit betekent verlies van eigenheid en solidariteit in eigen kring. Bij het onderbrengen bij een pensioenverzekeraar kan het karakter van de regeling sterk veranderen en kunnen de kosten toenemen. Het multi-OPF kent als nadeel dat het bestuur moet bestaan uit vertegenwoordigers van alle belanghebbenden bij de diverse pensioenregelingen. Dat maakt het selecteren van bestuurders lastig.

Een bijzonder soort pensioenfonds

Het APF is een pensioenfonds. Maar wel een bijzonder soort pensioenfonds. In een APF kunnen fondsen verschillende pensioenregelingen onderbrengen zonder dat ze één financieel geheel vormen (zoals bij een multi-OPF). De regelingen worden beschouwd als afgescheiden vermogen, of als een zogeheten ‘compartiment’. Anders dan bij een ‘gewoon OPF’ hoeven de fondsen geen kerstboom op te tuigen van diverse fondsorganen, zoals een Verantwoordingsorgaan (VO) en intern toezicht. 

Hoe zit het APF in elkaar? Uniek is dat het fonds één overkoepelend bestuur van onafhankelijke bestuurders heeft dat verantwoordelijk is voor alle compartimenten. En één Raad van Toezicht controleert dit bestuur. Anders dan bij een pensioenverzekeraar is er wél medezeggenschap over beleggings-, toeslagen premiebeleid. Elk compartiment heeft hiervoor een Belanghebbendenorgaan. Dit orgaan heeft belangrijke goedkeurings- en adviesrechten en bestaat uit vertegenwoordigers van de werkgever, de deelnemers en de pensioengerechtigden. De medezeggenschap zoals we die kennen bij pensioenfondsen blijft behouden, maar dan zonder de zware governanceeisen. 

Het wachten is nu op het wetsvoorstel van het kabinet. Hoe dan ook, het consultatiedocument lezend, lijkt het APF – in elk geval theoretisch – een welkome aanvulling op de nu bestaande uitvoeringsmogelijkheden. Of dat in de praktijk ook zo is, moet straks blijken.