Nieuwe richtlijn: IAS19 revised

Nieuwe richtlijn: IAS19 revised

Vanaf dit jaar is de IAS19 revised richtlijn van kracht. Deze wijziging van de IAS19 heeft gevolgen voor de manier waarop beursgenoteerde ondernemingen hun pensioenverplichtingen op de balans moeten opnemen. We zetten de belangrijkste wijzigingen en gevolgen voor u op een rij.

Wijziging IAS19: ingrijpende gevolgen

De IAS19 revised zet de ondernemingsbalans behoorlijk op z’n kop. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? En wat zijn de gevolgen voor ondernemingen?

Vanaf 1 januari 2013 is de IAS19 revised richtlijn van kracht. Deze wijziging van de IAS19 heeft gevolgen voor de manier waarop beursgenoteerde ondernemingen hun pensioenverplichtingen op de balans moeten opnemen.

De drie belangrijkste wijzigingen

  1. Risk-sharing en shared-funding
    De nieuwe richtlijn bevat elementen die specifiek voor Nederland gelden, zoals risk-sharing en shared-funding. Hiermee komt beter tot uitdrukking dat de financiering een gezamenlijke bijdrage is van de werkgever(s) en werknemers. Vaak geldt daarnaast dat de werkgever een maximaal premieplafond of bijstorting heeft afgesproken en dat werknemers meebetalen bij een stijgende premie door pensioentekorten. In deze nieuwe situatie moeten ondernemingen de werknemersbijdrage als een soort ‘negatieve winst’ waarderen. Hiermee zouden ze zowel de pensioenverplichting als de pensioenlast lager kunnen vaststellen. Verder is in veel gevallen sprake van risicodeling door een voorwaardelijke toeslagverlening. Dit betekent dat niet de volledige indexatielast in de waardering van de pensioenverplichting op de balans hoeft te staan. Overigens is de precieze wijze waarop de werknemersbijdrage meegewogen gaat worden in de pensioenverplichting en pensioenlast nog niet vastgelegd. Dit maakt het lastig voor ondernemingen om de impact van de overgang naar de revised richtlijn goed in kaart te brengen.
     
  2. Verdwijnen van het corridor-principe
    Ondernemingen mochten actuariële winsten en verliezen, samen met effecten van de pensioenverplichting, uitsmeren over toekomstige jaren. In de nieuwe richtlijn moeten
    ondernemingen deze effecten direct verwerken. Resultaten worden hierdoor volatieler.
     
  3. Verwacht rendement (‘return on assets’) gelijkstellen aan de rekenrente
    De nieuwe richtlijn heeft een nadelig effect op de waardering van de bate die in de pensioenlast is opgenomen: de jaarlijkse opbrengst over het pensioenvermogen. Voor de
    bate mag namelijk niet meer het verwacht rendement meegenomen worden. Dit rendement moet gelijkgesteld worden aan de gehanteerde rekenrente. De rekenrente wordt gebaseerd op de yield op bedrijfsobligaties met een hogere rating (minimaal double A) of op de yield op staatsobligaties. De impact op de pensioenlast is voor de meeste ondernemingen erg groot.

Vaststelling van de pensioenlast

In de nieuwe situatie bestaat de totale pensioenlast voor een onderneming uit elementen die direct via de winst- en verliesrekening lopen en elementen die direct via balanscorrecties verwerkt worden.

  • Operating expenses
    De kosten van de pensioenverplichtingen in de huidige periode (‘service cost’) en veranderingen (‘past service cost’), of beëindiging van de pensioenregelingen (‘curtailment’) worden verantwoord als ‘operating expenses’. Ondernemingen moeten deze lasten verantwoorden via de winsten verliesrekening.
  • Financing items
    De jaarlijkse rentetoevoeging over de pensioenverplichting (‘interest cost’) en de jaarlijkse rentebate (‘return on assets’) worden verantwoord als ‘financing items’. Ook deze lasten moeten ondernemingen verantwoorden via de winst- en verliesrekening.
  • Other comprehensive income
    Alle andere herwaarderingen, zoals actuariële winsten en verliezen, de effecten van asset limitations en settlements, worden niet langer verantwoord in de winst- en verliesrekening. Ondernemingen moeten deze na belastingen verantwoorden als ‘other comprehensive income’ en rechtstreeks verwerken via de balans.

Gevolgen voor de onderneming

De nieuwe richtlijn heeft grote gevolgen voor de wijze waarop ondernemingen de pensioenregelingen moeten waarderen voor de winst- en verliesrekening en de balans. Zo zal het niet meer mogen hanteren van een verwacht rendement een behoorlijke stijging van de pensioenlast in de winst- en verliesrekening betekenen. Daarnaast zorgt het niet meer mogen meenemen van een corridor meestal voor een verslechtering van de balanspositie. Want de meeste ondernemingen hebben een nog te verwerken actuarieel verlies staan.

Gemiste kans

Een duidelijke verbetering is dat de nieuwe richtlijn meer oog heeft voor de specifieke Nederlandse situatie door de toevoeging van risk-sharing en shared-funding. Helaas bestaat nog grote onduidelijkheid over de toegestane verwerking van deze twee elementen in de waardering van de pensioenregelingen voor de onderneming. Daarom is de introductie van de nieuwe richtlijn eigenlijk een gemiste kans. Overheid en autoriteiten moeten op zeer korte termijn duidelijkheid hierover geven en met een heldere en transparante
invulling komen.