Wet Pensioencommunicatie raakt beleid en uitvoering van pensioenfondsen

29 mei 2015

Leestijd 4 minuten

Op 19 mei heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met het wetsvoorstel Pensioencommunicatie. De wet treedt per 1 juli in werking en heeft gevolgen voor zowel het communicatiebeleid als de uitvoering van alle pensioenfondsen. Eerder steunde de Tweede Kamer ook al unaniem het wetsvoorstel.

Gevolgen voor communicatiebeleid

De nieuwe wet beoogt de deelnemer meer centraal te stellen door beter aan te sluiten bij de kenmerken en informatiebehoeften van de deelnemer. Ook biedt het meer mogelijkheden voor maatwerk en vormvrijheid. Daarnaast moet de deelnemer meer inzicht krijgen in de keuzemogelijkheden van een pensioenregeling en de gevolgen van belangrijke levensgebeurtenissen. Ook krijgen fondsen meer vrijheid om digitaal te communiceren met deelnemers. Zo is het voor pensioenfondsen mogelijk om aan te sluiten op de Berichtenbox van de overheid, zodat deelnemers de wettelijk verplichte informatie via dit kanaal kunnen ontvangen.

De nieuwe normen vragen om een heroverweging van het communicatiebeleid: sluit het huidige beleid en de gekozen segmentatie en communicatiekanalen voldoende aan bij de kenmerken en informatiebehoeften van deelnemers? Wil het pensioenfonds gebruik maken van de mogelijkheid om meer digitaal te communiceren? 

Gevolgen voor de uitvoering

De nieuwe wet raakt niet alleen het beleid, maar logischerwijs ook de uitvoering op een aantal punten. Zo zullen alle communicatie-uitingen getoetst moeten worden op de normen binnen de nieuwe wet.

Pensioen 1-2-3 en website

Daarnaast moet de startbrief per 1 januari 2016 vervangen worden door Pensioen 1-2-3. Pensioen 1-2-3 is een nieuwe manier om deelnemers gelaagd informatie over zijn pensioen aan te bieden. De deelnemer bepaalt zelf hoe gedetailleerd hij de informatie tot zich neemt: op hoofdlijnen (laag 1), met toelichting op de hoofdlijnen (laag 2) of gedetailleerd (laag 3). Omdat Pensioen 1-2-3 bij voorkeur (deels) digitaal wordt verstrekt, moeten ook de websites van pensioenfondsen aangepast worden.

Aanpassing uniform pensioenoverzicht (UPO) en pensioenregister

Het UPO moet volgens de wet alleen een overzicht bieden dat terugkijkt op het verleden (opgebouwde pensioenaanspraken). In aanvulling daarop zal het pensioenregister zich moeten gaan richten op het te bereiken pensioen. Door gebruik te maken van verschillende scenario’s in het pensioenregister zullen deelnemers meer inzicht krijgen in koopkracht en risico’s. De definitieve rekenmethodiek voor het aanpassen van het pensioenregister is nog niet bekend. 

Ingangsdatum

De ingangsdatum voor de nieuwe wet is 1 juli 2015. Met ingang van 1 januari 2016 wordt Pensioen 1-2-3 verplicht. Het vernieuwen van het UPO gaat meer tijd kosten. Daarom wordt er gedacht aan een gefaseerde ingangstermijn. De tijdsduur van deze gefaseerde ingangstermijn van het UPO is nog niet bekend.  Ook voor de uitbreiding van het pensioenregister geldt een gefaseerde ingangstermijn. Het kabinet streeft daarvoor naar een termijn van maximaal 3 jaar.

Wat betekent dit voor pensioenfondsen?

TKP heeft in aanloop van dit wetsvoorstel een impactanalyse gemaakt waarin de gevolgen worden beschreven van de wet voor de pensioenfondsen die hun uitvoering bij TKP hebben ondergebracht. Vanwege de verschillende ingangsdata, hanteren we een gefaseerde aanpak die bestaat uit 2 fases. In de eerste fase gaan we samen met de fondsen een plan van aanpak opstellen waarin beschreven wordt op welke wijze het pensioenfonds om wil gaan met de open normen, herziening van het communicatiebeleid en de introductie van Pensioen 1-2-3. In de tweede fase gaan we samen met het pensioenfonds het UPO aanpassen. Ook zullen we de gevolgen in kaart brengen van de aanpassingen in het pensioenregister voor de digitale omgeving die TKP aanbiedt aan de pensioenfondsen. 

Conclusie

De nieuwe wet helpt deelnemers inzicht te krijgen in hun pensioen en biedt de deelnemer meer mogelijkheden voor handelingsperspectief. TKP biedt met de digitale Mijn omgeving (het digitale pensioenfonds) voor Pensioenfonds nu al handelingsperspectief en de mogelijkheid voor deelnemers om een toereikendheidstoets te doen. Daarnaast kan verdere digitalisering van communicatie kostenbesparingen opleveren. Tegelijkertijd geeft de nieuwe wet nog geen antwoord op de vraag hoe we de deelnemer kunnen bereiken die nog niet open staat voor pensioen. Recente inzichten uit de gedragswetenschap kunnen daarbij helpen, maar bieden nog geen garanties. Daarmee blijft pensioencommunicatie een vakgebied dat in ontwikkeling is en dat hoog op agenda staat van TKP.