Mag een pensioenfonds de pensioenuitkering verlagen als die te hoog is vastgesteld?

29 mei 2015

Leestijd 3 minuten

Een onderwerp dat met enige regelmaat terugkomt in de pensioenjurisprudentie is de vraag of een pensioenfonds de pensioenuitkering mag verlagen, als die te hoog is vastgesteld. Zo ook in een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 8 april 2015. Door een foutieve berekening was het ouderdomspensioen € 200,- netto per maand te hoog vastgesteld en dit wordt 9,5 jaar later ontdekt. Het pensioenfonds corrigeert dit, maar de gepensioneerde is het daar niet mee eens. Hij stelt dat het pensioenfonds na zoveel jaar dit recht niet meer heeft. Bovendien heeft het pensioenfonds verschillende keren uitgebreide berekeningen gemaakt zonder de fout te ontdekken.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt echter dat het pensioenfonds de correctie mag toepassen en hanteert daarbij een redenering die we steeds vaker in dit soort van gevallen zien: het pensioenreglement bepaalt de hoogte van de pensioenuitkering en het pensioenfonds mag de pensioenuitkering corrigeren. Alleen als betrokkene concrete en onomkeerbare verplichtingen is aangegaan die niet meer nagekomen zouden kunnen worden als de pensioenuitkering wordt gecorrigeerd, kan dat anders zijn. 

Uitspraak

Hieronder zijn de belangrijkste passages van de uitspraak opgenomen.

Met betrekking tot de voor de beoordeling van deze zaak aan te leggen maatstaf zoekt de kantonrechter aansluiting bij gerechtshof Amsterdam 6 december 2011, PJ 2012,18. Volgens [eiser] wijkt het in die uitspraak berechte geval op diverse punten af van zijn situatie. Voor zover dit laatste al juist is, doet dat naar het oordeel van de kantonrechter echter niet af aan de algemene bruikbaarheid van deze maatstaf.

Deze maatstaf komt kort gezegd op het volgende neer. De hoogte van de pensioenuitkering wordt bepaald door de reglementen en niet door mededelingen van de zijde van het pensioenfonds. Het staat het pensioenfonds daarom in beginsel vrij een aanvankelijk te hoog vastgestelde pensioenuitkering te corrigeren. Dit is slechts anders indien het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn de lager vastgestelde uitkering te betalen. Herhaalde verkeerde door het fonds aan de deelnemer verstrekte informatie brengt op zichzelf niet mee dat de deelnemer op die informatie heeft mogen afgaan. Dit kan echter anders zijn indien de deelnemer i) op grond van die mededelingen ii) bepaalde concrete onomkeerbare financiële verplichtingen is aangegaan die iii) hij niet langer kan nakomen in het geval hij minder aan pensioen ontvangt dan in het vooruitzicht was gesteld.

Naar het oordeel van de kantonrechter berust de stelplicht en bewijslast dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat het pensioenfonds eraan vasthoudt de lager vastgestelde uitkering te betalen op de pensioengerechtigde, in dit geval dus op [eiser].