Evaluatie Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

16 mrt 2018

870

Leestijd 6 minuten

De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) is onlangs geëvalueerd. Ministers Koolmees en Dekker zien voldoende reden om de wet op een aantal punten te verbeteren. Een belangrijke wijziging is dat conversie van aanspraken standaard wordt. In dit artikel leest u over de gevolgen voor pensioenuitvoerders en het overleg dat binnen de pensioensector plaatsvindt.

Op 8 maart 2018 hebben minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming de tweede evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) aangeboden aan de Tweede Kamer.

De ministers schrijven dat de Wvps sinds de invoering in 1995 zijn nut heeft bewezen. Zij zien echter voldoende reden om de wet op een aantal punten te verbeteren en aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen die zich de afgelopen decennia hebben voorgedaan.

De ministers constateren dat de Wvps beperkt gebruikt wordt. In 30 tot 50% van de gevallen wordt bij scheiding de pensioenverevening via de pensioenuitvoerder geregeld. Iets minder dan 30% ziet af van verevening. In 20 tot 40% blijven ex-partners over en weer vereveningsplichtige en -gerechtigde die vanaf de ingang van het pensioen elkaar hun deel van het ouderdomspensioen betalen. Het is de vraag of dit in de praktijk altijd op de gewenste wijze wordt uitgevoerd.

Conversie van aanspraken wordt standaard

De huidige wijze van verdeling houdt in dat de ex-partner van de deelnemer een deel van het pensioen van de deelnemer krijgt uitbetaald, vanaf het moment waarop de deelnemer met pensioen gaat. De ex-partner blijft afhankelijk van de keuzes – bijvoorbeeld voor uitstel van pensioeningang - die de deelnemer op de pensioendatum voor zijn pensioenuitkering maakt.

Met de stijging van de pensioenrichtleeftijd kan dat betekenen dat de ex-partner soms erg lang moet wachten totdat dit pensioen ingaat. Andersom kan het zijn dat een ex-partner zelf nog inkomen heeft en een aanvulling uit het pensioen van de deelnemer nog niet nodig heeft.

Deze wederzijdse afhankelijkheid kan worden doorbroken door conversie van de aanspraken die aan de ex-partner toekomen. Conversie houdt in dat de ex-partners een eigen recht op ouderdomspensioen krijgen jegens de pensioenuitvoerder, in plaats van een recht op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen op het leven van de deelnemer en een recht op bijzonder partnerpensioen. Hiertoe wordt de waarde van het aandeel in het ouderdomspensioen, tezamen met de waarde van het bijzonder partnerpensioen omgezet in een ouderdomspensioen op het leven van de ex-partner. Deze mogelijkheid bestaat nu ook al, maar daar moeten beide ex-partners beiden mee instemmen. Slechts in 3% van de scheidingen wordt om conversie verzocht.

Voordelen van conversie zijn volgens de ministers dat de levenslange afhankelijkheid bij verevening wordt doorbroken en dat partijen direct duidelijkheid krijgen over het pensioen dat zij ‘kwijt’ zijn dan wel verkrijgen.

Als nadeel van conversie wordt vaak genoemd dat bij vooroverlijden van de ex-partner diens aandeel niet terugvloeit naar de deelnemer. Daar staat echter tegenover dat bij overlijden van de deelnemer de ex-partner zijn of haar volledige aandeel behoudt en niet alleen een (veel lagere) uitkering van een bijzonder partnerpensioen verkrijgt.

‘Nee, tenzij’ wordt ‘ja, tenzij’

Om mensen in kwetsbare posities te helpen wil het kabinet het uitgangspunt van de Wvps omdraaien: conversie wordt de standaard. Als de ex-partners uitdrukkelijk aangeven dat ze geen conversie wensen, dan vindt die niet plaats. Aangenomen mag worden dat de ex-partners hun wens om pensioen niet via conversie te verdelen, binnen een bepaalde (nog onbekende) termijn aan de pensioenuitvoerder kenbaar moeten maken. Zo gaat de verdeling voor de grote groep die wel verdeling wenst, vanzelf goed. De kleinere groep die geen verdeling wenst, behoudt de mogelijkheid hiervoor te kiezen.

Gevolgen voor pensioenuitvoerders

Op dit moment komt conversie zo weinig voor dat de meeste pensioenuitvoerders de processen om aanspraken te converteren niet (volledig) hebben geautomatiseerd. De kosten per geval zijn daardoor relatief hoog. Wordt conversie de standaard, dan zal het aantal gevallen sterk toenemen en zullen uitvoerders het conversieproces wel verregaand automatiseren, zo verwachten de ministers.

De begrippen partner en scheiding

Partner

De Wvps heeft betrekking op gehuwden en geregistreerde partners die uit elkaar gaan. Voor ongeregistreerd samenwonende partners geldt de wet niet. Uit onderzoek blijkt dat die behoefte om de Wvps ook toe te passen op het einde van de relatie van ongehuwd samenwonenden er niet is. Zij hebben minder financiële verantwoordelijkheid voor elkaar, de samenwoning heeft vaak korter geduurd dan een gestrand huwelijk en de partners zijn vaker beiden economisch zelfstandig. Bovendien hebben de partners (bewust) gekozen om niet onder het regime van de Wvps te vallen.

Voor pensioenuitvoerders zouden uitvoeringslasten aanzienlijk toenemen als de werking van de Wvps wordt uitgebreid tot deze groep, omdat de uitvoerders vanuit de Basisregistratie Personen geen melding van het einde van samenleving van de ongehuwde partners ontvangen.

Scheiding

Het begrip ‘scheiding’ in de Wvps omvat ook de scheiding van tafel en bed; in de Pensioenwet wordt een aanspraak op bijzonder partnerpensioen alleen toegekend als er sprake is van een ‘volledige’ echtscheiding.

Uit onderzoek blijkt dat de scheiding van tafel en bed weinig voorkomt en dat pensioenuitvoerders mede daardoor weinig problemen hebben met dit verschil. Er is dus geen reden de twee scheidingsbegrippen op elkaar te laten aansluiten.

Bijzonder partnerpensioen alleen over huwelijkse periode

Naast de ideeën voor aanpassing van de Wvps bestaat het voornemen om het bijzonder partnerpensioen, geregeld in de Pensioenwet, vast te stellen op basis van alleen de huwelijkse periode. Nu wordt dit nog vastgesteld op basis van de vóórhuwelijkse en de huwelijkse periode. Men verwijst hierbij naar het gewijzigde huwelijksvermogensrecht waarin de gemeenschap van goederen in beginsel bestaat uit hetgeen tijdens het huwelijk is verkregen.

Voor de deelnemer blijft het eventueel voor het huwelijk opgebouwde partnerpensioen beschikbaar voor een nieuwe partner of voor uitruil in een hoger ouderdomspensioen.

Overleg met de pensioensector

Over diverse onderwerpen zal overleg met de pensioensector plaatsvinden. Dit overleg zal onder meer gaan over het opstellen van uniforme rekenregels voor de verdeling van ouderdomspensioen en voor het vaststellen van het partnerpensioen (voorafgaand aan conversie) bij premieovereenkomsten, maar ook voor de conversie zelf.

Verder wordt bekeken of de ondergrens (gelijk aan de afkoopgrens) voor verevening/conversie kan vervallen, gezien de invoering in 2019 van de bevoegdheid voor pensioenuitvoerders tot waardeoverdracht van kleine pensioenen. Als een ex-partner nu een pensioenaanspraak verkrijgt die ligt onder de afkoopgrens, vindt verevening geen doorgang. Dat zal straks wel mogelijk kunnen worden, wanneer, zoals nu voorzien via conversie, een kleine eigen pensioenaanspraak ontstaat die naar de pensioenuitvoerder van de ex-partner kan worden overgedragen.

Wetgevingsproces

De consultatie over de voorgenomen wetswijzigingen zal dit jaar plaatsvinden en in 2019 wordt naar verwachting een wetsvoorstel tot wijziging van onder andere de Wvps naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Pensioenfederatie heeft een Werkgroep Wvps geformeerd die vanuit de pensioensector commentaar zal geven op de voornemens van het kabinet. TKP heeft zitting in deze werkgroep.