Spring naar inhoud
Mijn TKP

Column: Woorden

Datum
Auteur
865
Leestijd
3 minuten

Lang geleden bestonden er eindloonregelingen – de wat oudere lezers weten dat nog. Het pensioen was afgeleid van het laatstverdiende salaris. Bij een salarisstijging ontstond daardoor ‘backservice’. Hoe vaak ik in een presentatie de flauwe grap gemaakt heb dat buiten de pensioenwereld bij backservice gedacht wordt aan de halfjaarlijkse gebitscontrole (óf fysiotherapie bij rugklachten) weet ik niet meer, maar wel dat het altijd voor enige hilariteit zorgde.

Pensioenwoorden zijn soms onnavolgbaar. Dat hebben we weer kunnen zien bij het pensioenakkoord. Toen Nederland even wereldnieuws was en het zwaarbevochten akkoord bekend werd gemaakt, ging het in de media niet over de herziening van het pensioenstelsel, maar over de AOW. Pensioen en AOW werden op één hoop gegooid. Als pensioenjurist krijg ik daar natuurlijk een beetje jeuk van. Mathijs Bouman was de prettige uitzondering die in Nieuwsuur duidelijk uitlegde dat het échte pensioenakkoord ging over de tweede pijler, dat daar nu de kortingen waren afgewend en dat de weg geplaveid was voor een nieuw stelsel waar we eerder kunnen korten. En dat hij dat bijzonder vond.

Ik hoorde ook iedereen praten over het afschaffen van de doorsneepremie, in plaats van de doorsneesystematiek, of zo je wilt, doorsneeopbouw. Dat jeukte ook. U weet natuurlijk dat de doorsneepremie niet wordt afgeschaft, maar dat er een systeem komt van degressieve pensioenopbouw waarbij jongeren meer opbouwen dan ouderen. Daar kun je van alles van vinden, maar dat was het onderwerp van een eerdere column.

En bij de beschikbare premieregelingen – premieovereenkomsten om in het jargon te blijven – gaat een vlakke premie gelden in plaats van de progressieve staffel die we nu kennen. Zelfde medaille, andere kant. En dus kun je zeggen dat de doorsneepremie niet wordt afgeschaft, maar juist wordt ingevoerd. Als u begrijpt wat ik bedoel.

En als we dan toch bezig zijn: ik hoor ook vaak dat we ‘steeds ouder’ worden (en sommigen voegen daar dan nog aan toe dat we dat ‘met z’n allen’ doen). Maar u en ik worden elke dag ouder, dat is het probleem niet. Het probleem is – althans in de wereld van pensioenen – dat we steeds langer leven!

Het zijn natuurlijk maar woorden en je moet niet op alle slakken zout leggen. Dat weekend waaide ik uit op de Wadden en vroeg in het hotel waar ik m’n fiets kon parkeren. De jongedame vertelde mij dat even verderop een stalling was. ‘Maar,’ zei ze, ‘het kan daar wel duur zijn… Ach, duur.., ik bedoel natuurlijk niet duur, maar druk’. En daarna met een diepe zucht: ‘Hè, al die woorden ook…’.