Column: Solidariteit

11 jul 2018

865

Leestijd 3 minuten

Er loopt al jaren een discussie over de (noodzaak van een) herziening van ons pensioenstelsel – dat kan u niet ontgaan zijn. Een van de ideeën is om de 'doorsneesystematiek' af te schaffen. De doorsneepremie zou een wissel trekken op de solidariteit van jong met oud en jongeren benadelen. Tenzij u nu al afgehaakt bent, zal ik u uitleggen wat het probleem is.

Pensioenfondsen verzekeren pensioenen voor werknemers en daarvoor moeten premies worden afgedragen. Die premies worden betaald door de werkgevers die bij het fonds zijn aangesloten. Werknemers verschillen nogal van elkaar – jong, oud, man, vrouw, ziek, gezond. Ondanks die verschillen wordt geen onderscheid gemaakt in de hoogte van de premie. Het systeem werkt zo: alle individuele premies worden op een hoop gegooid en gedeeld door de salarissom van alle werknemers samen. Het resultaat is de doorsneepremie. Voorbeeld: tien werknemers, totale pensioenpremie € 60.000 en een salarissom van € 400.000, geeft een doorsneepremie van 15%.

De werknemers bouwen daarvoor ieder jaar een stukje pensioen op. Bijvoorbeeld 1,8% van het salarisdeel dat meer is dan de AOW. Niet eerlijk vinden sommigen, want jongeren betalen dan meer dan nodig. Zij zouden voor de premie van 15% meer kunnen krijgen dan 1,8% opbouw als je puur kijkt naar hun leeftijd. Ze krijgen dus te weinig. Of betalen te veel, dat is hetzelfde. Dat komt omdat hun premie langer belegd kan worden dan de premie die voor een oudere wordt ingelegd. Jongeren subsidiëren zo de ouderen en ouderen worden dus bevoordeeld. Ten koste van de jongeren. Dat is de redenering.

Twee korte kanttekeningen daarbij. Op het gevaar af dat u – met een blik op mijn foto – denkt dat ik voor eigen parochie preek.

  1. Die 15% is niet toe te rekenen aan iedere afzonderlijke werknemer. Het is simpelweg de rekenformule die leidt tot een totale premieafdracht van de werkgever van € 60.000. De doorsneepremie wordt dus niet door maar voor de werknemer betaald. De jongere werknemer betaalt dus niet mee aan het pensioen van zijn oudere collega.
  2. Stel, ik ben jong en ik krijg eigenlijk te weinig in verhouding tot wat er voor mij betaald wordt. Naarmate de tijd voortschrijdt word ik ouder, een waarheid als een koe. En dan ontvang ik eigenlijk te veel. Het systeem corrigeert zichzelf dus. Wie nu profiteert, heeft vroeger gesubsidieerd. En andersom.

Vervang in de zin: 'jong subsidieert oud', jong en oud door man en vrouw. U kijkt daar dan toch anders tegenaan denk ik. Onderscheid naar leeftijd is dus van een andere orde dan onderscheid naar geslacht. Want zo gaat dat met leeftijd – wie nu jong is, wordt een keer oud. En wie nu oud is, is ooit jong geweest. En dat kun je bij geslacht toch moeilijk zeggen: wie als man geboren wordt, wordt niet vanzelf vrouw. Of andersom. Ook een waarheid als een koe.