Column: over echtscheiding, notariële aktes en kunstmatige inseminatie

6 dec 2018

865

Column: over echtscheiding, notariële aktes en kunstmatige inseminatie

Als je op verjaardagen – desgevraagd natuurlijk – vertelt dat je pensioenjurist bent, wordt er soms fronsend gekeken. Wat kan er dan juridisch zijn aan pensioenen? Immers: óf je bereikt de pensioenleeftijd en dan krijg je je ouderdomspensioen. Óf je overlijdt en dan krijgt je partner partnerpensioen. Hoe spannend kan het zijn?

In deze column neem ik u mee in de wereld van de pensioenjuristen en schets een paar vraagstukken en dilemma’s (juristen noemen dat ‘casus’) die onze beroepsgroep zoal voorgeschoteld krijgt. Om zo nodig het wellicht wat stoffige beeld dat u ervan heeft, bij te stellen. Het is niet direct mijn bedoeling dat u aan het einde van deze column roept: ‘Wauw! Dat wil ook!’, of ‘Had ik maar pensioenrecht gestudeerd!’, maar meer dat u denkt: ‘Goh, toch boeiender dan ik altijd heb gedacht’.

Eerste casus. Hans en Grietje wonen al jaren samen. Ze besluiten een huis te kopen en krijgen een dochter. Een goed moment om het een en ander notarieel vast te leggen, vinden ze. Ze zijn immers niet getrouwd, en ook niet geregistreerd als partner van elkaar. In december bespreken ze alles met de notaris, zijn het eens over de inhoud van de concept-stukken en maken de afspraak om op 22 januari van het nieuwe jaar de samenlevingsovereenkomst en het testament officieel te tekenen. Op 10 januari slaat het noodlot echter toe. Hans overlijdt door een noodlottig ongeval. Het pensioenreglement zegt dat de ongehuwd samenwonende partner recht op partnerpensioen heeft als er een notariële samenlevingsovereenkomst is opgesteld.

Vraag: heeft Grietje wel of geen recht op partnerpensioen?

Tweede casus. Na meer dan 25 jaar strandt het huwelijk van Saskia en Jeroen in 1995. Ze verdelen de spullen, maar spreken niks af over het pensioen. Saskia ontmoet een nieuwe partner en trouwt daarmee in 1998. Jeroen blijft alleen. In 2016 bereikt hij zijn pensioenleeftijd en ontvangt naast zijn AOW een bescheiden pensioen van 275 euro per maand. In 2017 valt een brief bij Jeroen op de mat waarin hij tot zijn ontzetting leest dat Saskia - na 21 jaar! -  een deel van zijn pensioen opeist. De helft van wat hij tijdens hun huwelijk heeft opgebouwd, welteverstaan.

Vraag: heeft Saskia daar wel of geen recht op?

Derde casus. Anderhalf jaar na het overlijden van haar man, bevalt de vrouw via kunstmatige inseminatie van haar zoon. Vast staat dat de overleden man de vader is. De vrouw ontvangt al een nabestaandenpensioen van het pensioenfonds waaraan haar man deelnam.

Vraag: is er ook recht op een wezenpensioen voor het kind?

Hieronder de antwoorden. Gebaseerd op de rechtspraak. Over de derde is voor zover ik weet nog geen jurisprudentie, maar ik ben benieuwd wat u daar van vindt.

  1. Nee, want er is geen officieel getekende notariële samenlevingsovereenkomst
  2. Ja, ook na zoveel jaar kan de vrouw haar recht nog opeisen
  3. Graag ontvang ik uw reacties via breuker.hp@tkppensioen.nl