Column: cijfers en letters

5 mrt 2019

865

Leestijd 3 minuten

Column: cijfers en letters

In mijn vorige column schreef ik over het verschijnsel ‘pensioenjurist’. Een ander in de pensioenwereld veelvoorkomend fenomeen is de actuaris. De actuaris verhoudt zich tot de jurist zoals Excel zich verhoudt tot Word, oftewel als cijfers tot letters. Zij leven in totaal verschillende werelden en in hun eigen werkelijkheid*.

Nergens komt dit mooier tot uitdrukking dan bij een discussie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen in pensioenregelingen. Een discussie die overigens allang beslecht is en vooral speelde aan het eind van de vorige eeuw, maar die zo illustratief is dat ik het u niet wil onthouden.

De jurist en de actuaris vinden het beiden vanzelfsprekend dat mannen en vrouwen gelijk behandeld moeten worden. Maar wat dat precies inhoudt, daarover verschillen de opvattingen nogal. Vooral als het gaat om de uitwerking bij premieovereenkomsten.

De actuaris wijst op de actuariële waarheid als een koe dat vrouwen langer leven dan mannen. Dat  betekent dat (bij verder gelijke omstandigheden natuurlijk) voor hetzelfde kapitaal voor een vrouw naar verhouding minder pensioen kan worden ingekocht dan voor een man. 'In the end' – aan het eind van de sterftetafel in actuarisjargon – hebben ze dan immers exact hetzelfde gekregen.

De jurist vindt juist dat vrouwen dan ongelijk behandeld worden en dat dit soort statistiek niet van belang is en ook niet zou moeten zijn. Het druist in tegen het rechtsgevoel. De uitkering moet gelijk zijn, ongeacht het geslacht. Dat is eerlijk.

Ja, maar een vrouw wordt gemiddeld 84 jaar en een man 81 jaar en dan krijgt de vrouw dus juist méér dan de man en dát is niet eerlijk, roept de actuaris vertwijfeld.

Afijn, u begrijpt het wel.

De wetgever heeft gekozen voor de gelijke uitkering vanuit de gedachte dat niet de logische, noch  rekenkundige, noch statistische overwegingen van belang zijn, maar uiteindelijk de maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het is zeker niet mijn bedoeling om de juristen in deze column ten koste van de actuarissen op het schild te hijsen. De jurist en de actuaris kunnen elkaar uitstekend aanvullen en van elkaar leren.

Toen het hierboven ging over het verschil in levensverwachting tussen vrouw en man merkte de jurist op dat dat alleen geldt bij de wet van de grote getallen en dat het in individuele gevallen heel anders kan liggen. De actuaris wees hem er fijntjes op dat het niet de wet van de grote getallen is, maar de wet van de grote aantallen.

Hij liep naar een whiteboard, pakte een stift en tekende een levensgrote 2 met daarnaast in minuscule cijfers 10.000 en zei: 'Kijk, 2 is hier een groot getal en 10.000 een klein getal. Maar 10.000 is wel een groot aantal'. Weer wat geleerd...

* In een column mag je overdrijven..