Risicohouding

In het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is een regeling opgenomen over de risicohouding van een pensioenfonds.

De wetgever vindt het van belang dat voor een goed functionerend pensioenfonds de doelstellingen en beleidsuitgangspunten helder zijn. Bij het bepalen van die uitgangspunten is het voor het pensioenfondsbestuur, in samenspraak met sociale partners en de bij het pensioenfonds betrokken organen, belangrijk om te beoordelen in hoeverre het pensioenfonds beleggingsrisico’s kan en wil lopen. De vast te stellen risicohouding is het kader voor de formele opdrachtaanvaarding (pensioenfonds geeft richting sociale partners aan dat de regeling zoals deze voorligt, kan worden uitgevoerd).

Om deze risicohouding te concretiseren moet het pensioenfondsbestuur zich baseren op de kenmerken van het pensioenfonds en daarbij meerdere beleidsuitgangspunten hanteren, zoals de gewenste maximale premiestijging, de volatiliteit en de gewenste kans op realisatie van toeslagen en de gewenste kritische grens en volatiliteit ten aanzien van de dekkingsgraad, het maximaal acceptabele niveau van kortingen en de gewenste eigenschappen van het strategische beleggingsbeleid. De risicohouding wordt ingevuld voor de korte en de lange termijn en vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN). Bij de invulling van de haalbaarheidstoets worden door het pensioenfondsbestuur kwantitatieve ondergrenzen bepaald die passen binnen de risicohouding van het pensioenfonds (voor de lange termijn). Ook de richtniveaus en bandbreedtes die per beleggings- en risicocategorie in het beleggingsbeleid moeten worden opgenomen op basis van de prudent person regel, moeten aansluiten bij de risicohouding van het pensioenfonds, zowel voor de korte als voor de lange termijn. Zoals al aangegeven is het hierbij essentieel dat de risicohouding wordt afgestemd en vastgesteld met de betrokken organen en de sociale partners.

Indien een pensioenfonds in herstel verkeert mag het pensioenfonds haar risicoprofiel (als maatstaf wordt het VEV gehanteerd) niet vergroten en dus haar strategisch beleggingsbeleid niet aanpassen om meer risico te nemen. Echter op grond van artikel 36 besluit FTK mag een pensioenfonds dat op 1 januari 2015 in herstel verkeert éénmalig haar strategisch beleid aanpassen, mits de dekkingsgraad hoger is dan het MVEV. Deze wijziging mag worden vastgelegd in het eerstvolgende strategische beleidsplan.

Het pensioenfonds dient conform artikel 102a, Pensioenwet haar doelstellingen en uitgangspunten in een opdrachtformulering aan de sociale partners vast te leggen.

Onduidelijkheid

Omdat de risicohouding mede wordt gebaseerd op de uitkomsten van de haalbaarheidstoets en de haalbaarheidstoets nog niet geheel is uitgeschreven en de door DNB te hanteren scenarioset nog niet is gepubliceerd, is nog niet geheel duidelijk hoe de risicohouding vastgesteld moet worden. Daarnaast is onduidelijk op welke wijze een pensioenfonds de opdrachtformulering moet opstellen.