Premievaststelling

Het uitgangspunt voor de premie blijft een premie op kostendekkend niveau. Hierbij blijft de mogelijkheid voor het pensioenfondsbestuur om te kiezen om de feitelijke premie te toetsen op een gedempt kostendekkende premie. Bij de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie mag de rentevoet gedempt worden op óf een middeling van de RTS tot maximaal 10 jaar óf op verwacht rendement. Bij de laatste mogelijkheid moet verplicht in de premie rekening worden gehouden met een opslag voor de toeslagverlening gebaseerd op tenminste de minimale verwachtingswaarde voor de groeivoet van het prijsindexcijfer, onafhankelijk van de indexatieambitie. Deze opslag dient ter vervanging van de solvabiliteitsopslag. Tenzij de solvabiliteitsopslag hoger is, dan geldt de hogere solvabiliteitsopslag en komt de opslag uit hoofde van toeslagverlening te vervallen. Ook dient bij het hanteren van het verwacht rendement voor de vastrentende waarden het rendement gebaseerd te worden op de marktrente en dient deze voor vijf jaar vast te staan. De precieze wijze waarop dat moet gebeuren zal nog in lagere regelgeving uitgewerkt worden.

De huidige eis van DNB dat de premie bij onderdekking moet bijdragen aan herstel vervalt. Dit betekent dat vaststelling van de premie geen verdere eisen meer heeft.

In de wet is opgenomen dat de toenemende levensverwachting over de opgebouwde aanspraken niet verwerkt mag worden in de premie. Dit betekent dat wanneer de levensverwachting (weer) toeneemt dit uit het overrendement mag worden gefinancierd. Mocht er onvoldoende overrendement zijn, dan worden de kosten via het 10-jaars herstelplan (zie eerder) verwerkt.

Onduidelijkheid:

Nog onduidelijk is hoe precies het vaststellen van een vast rendement van vijf jaar ten aanzien van de vastrentende portefeuille moet plaatsvinden. Dit zal op basis van lagere regelgeving en Q&A’s verder verduidelijkt dienen te worden.