Moment van korten

Op grond van artikel 138, lid 1 Pensioenwet stelt het pensioenfonds per einde van een kalenderkwartaal vast of er sprake is van een tekort. Als het pensioenfonds niet kan herstellen in maximaal 10 jaren naar het VEV, dan dient het pensioenfonds een korting door te voeren. Het verschil mag worden uitgesmeerd over maximaal 10 jaar, maar de eerste korting is onvoorwaardelijk.
Hierdoor dient deze korting altijd binnen het jaar doorgevoerd te worden, waarbij geldt dat de eerstejaarskorting in de technische voorziening uiterlijk drie maanden na vaststelling van het tekort moet zijn verwerkt.