Zo kunt u zich versterken

Zo kunt u zich versterken

De nieuwe wet 'Versterking bestuur pensioenfondsen' gaat naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2013 in. Wat betekent dat voor bestuurders?

Een sterker bestuur voor pensioenfondsen

Hoe voorziet het wetsvoorstel ‘Versterking bestuur pensioenfondsen’ daarin?

In januari 2013 krijgen alle pensioenfondsen te maken met de wet ‘Versterking bestuur pensioenfondsen’. Althans, dat is de verwachting. Het wetsvoorstel ligt nu nog bij de Tweede Kamer. Overigens hoeven pensioenfondsen niet overhaast hun bestuur en toezicht te herinrichten. Gaat de wet in januari echt in, dan is er nog een jaar de tijd voor de noodzakelijke aanpassingen.

Het vertrouwen in ons pensioenstelsel kan beter, daar is iedereen in de sector het over eens. Aanpassing van de bestuursmodellen kan bijdragen aan het herstel van het vertrouwen. Het wetsvoorstel ‘Versterking bestuur pensioenfondsen’ geeft daarvoor drie speerpunten aan:

  1. Meer deskundigheid en intern toezicht
  2. Goede vertegenwoordiging van alle risicodragers
  3. Heldere taken en bevoegdheden van de afzonderlijke raden en commissies

Eerder al concludeerden Frijns en DNB dat de deskundigheid en het interne toezicht binnen pensioenfondsen versterking konden gebruiken. Goudswaard stelde al in 2010 vast dat het huidige pensioenstelsel onvoldoende toekomstbestendig is en dat nieuwe contractsvormen noodzakelijk zijn. Verder lijken de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke organen binnen een pensioenfonds niet altijd duidelijk te zijn en elkaar soms te overlappen. Een betere stroomlijning is daarom ook onderdeel van het wetsvoorstel.

1. Meer deskundigheid en intern toezicht

Het wetsvoorstel biedt verschillende bestuursmodellen waarmee pensioenfondsen meer deskundigheid in het bestuur kunnen brengen. Zo is er de optie om het hele bestuur te laten bestaan uit onafhankelijke beroepsbestuurders. Daarnaast is er het paritaire model, met een bestuur waarin werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden zijn vertegenwoordigd, eventueel aangevuld met onafhankelijke beroepsbestuurders. De zogenoemde one tier board is een derde optie: het algemeen
bestuur, dat bestaat uit vertegenwoordigers van belanghebbenden, houdt toezicht op het dagelijks bestuur, bestaande uit beroepsbestuurders.

Het bestuur krijgt daarnaast nog instrumenten om de deskundigheid te bevorderen. Zo komt er de bevoegdheid een voorgedragen kandidaat-bestuurder te weigeren als deze niet voldoet aan het – vooraf opgestelde – functieprofiel. Bovendien zal voor alle beleidsbepalers van het fonds de  DNB-deskundigheidstoets gaan gelden.

Versterken van het interne toezicht kan met een jaarlijkse visitatie of met het instellen van een permanente Raad van Toezicht (RvT), die bovendien een aantal goedkeuringsrechten krijgt. Bij bedrijfstakpensioenfondsen wordt zo’n RvT verplicht.

2 en 3. Vertegenwoordiging én stroomlijning

Goede vertegenwoordiging van risicodragers en een betere stroomlijning van taken en bevoegdheden, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In het paritaire bestuur krijgen pensioengerechtigden volgens
het wetsvoorstel altijd zitting. Kiest een pensioenfonds voor een paritair bestuur, dan vervalt dus de huidige raadpleging onder de pensioengerechtigden over bestuursvertegenwoordiging. Wel moet een deelnemers- en pensioengerechtigdenraad worden ingericht. Deze raad is – kort gezegd –  samengesteld als de huidige deelnemersraad en heeft de taken en bevoegdheden van het huidige verantwoordingsorgaan.

Worden er afspraken gemaakt over de maximalisatie van de premie? Dan is het aantal bestuurszetels voor de werkgever lager – tenzij het bestuur besluit om de reguliere zetelverdeling te handhaven.

Mocht de keuze vallen op het externe model met een onafhankelijk bestuur, dan moet een  belanghebbendenorgaan ingericht worden dat dezelfde samenstelling heeft als het bestuur van het  paritaire model. Met werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden. Dit orgaan krijgt de taken en  bevoegdheden van het huidige verantwoordingsorgaan, inclusief de huidige deelnemersraad, aangevuld  met een aantal goedkeuringsrechten.

Hoe nu verder?

Bekrachtigt het parlement binnenkort het wetsvoorstel, dan treedt de wet daadwerkelijk in werking op 1  januari 2013. Pensioenfondsen krijgen vervolgens nog een jaar de tijd om de interne organisatie en de relevante documenten aan te passen. Voorlopig is er nog een levendige discussie over de invulling van de wet, waardoor uitstel niet uit te sluiten is.