Optimalisering van het wettelijk kader premieovereenkomsten

Optimalisering van het wettelijk kader premieovereenkomsten

In december 2014 heeft staatssecretaris Klijnsma een hoofdlijnennotitie aan de Tweede Kamer gezonden over de optimalisering van het wettelijk kader voor premieovereenkomsten. Het huidige wettelijk kader vormt een hindernis om tot een optimaal pensioenresultaat te komen, aldus de staatssecretaris. Uiterlijk op de pensioendatum moet volgens het huidige kader een levenslange pensioenuitkering worden ingekocht. In deze uitkeringsfase kan geen beleggingsrisico meer genomen worden. Daarnaast is de hoogte van de uitkering sterk afhankelijk van de rentestand op het moment van inkoop. Het beleggingsrisico wordt daarom vaak afgebouwd naar mate de pensioendatum dichterbij komt, waardoor het rendementspotentieel verloren gaat.

Conceptwetsvoorstel

In de hoofdlijnennotitie wordt een aantal varianten besproken die tot verbetering van het kader zouden kunnen leiden. Specifiek gaat het om een variant waarin het mogelijk wordt gemaakt in de uitkeringsfase individueel beleggingsrisico te blijven lopen (doorbeleggen na de pensioendatum). In een andere variant treedt de deelnemer op de pensioendatum toe tot een collectief waarbinnen naast het langlevenrisico ook het beleggingsrisico onderling wordt gedeeld. Een subvariant op deze laatste vormt de mogelijkheid al eerder, bijvoorbeeld 10 jaar voor de pensioendatum, geleidelijk toe te treden tot een dergelijk collectief. De genoemde varianten zijn  door de ministeries van SZW en Financiën nader uitgewerkt en hebben in juli 2015 geleid tot een conceptwetsvoorstel.

Het conceptwetsvoorstel ‘Variabele pensioenuitkering’ is van 9 juli 2015 tot 16 augustus 2015 op www.internetconsultatie.nl aangeboden. Nadat de Raad van State advies heeft uitgebracht, zal het definitieve wetsvoorstel aan de Tweede Kamer worden aangeboden. De beoogde inwerkingtreding is op 1 juli 2016.