Vaststelling maandelijkse dekkingsgraad vereist extra aandacht

Vaststelling maandelijkse dekkingsgraad vereist extra aandacht

De maanden mei en juni staan voor  de meeste pensioenfondsen vaak grotendeels in het teken van de afronding van het jaarwerk. In de huidige cyclus wordt door veel accountants ook stilgestaan bij het effect van de invoering van het herziene Financieel Toetsingskader (FTK). Met name de bepaling van de maandelijkse dekkingsgraad, die uiteindelijk van invloed is op de beleidsdekkingsgraad, vereist extra aandacht. Twee zaken die hierbij worden genoemd.

De accountants vragen aandacht voor het proces van het bepalen van deze dekkingsgraad. Hierbij is de belangrijkste vraag welke assurance het bestuur van de uitvoerder krijgt dat deze dekkingsgraad juist wordt bepaald. Binnen TKP was hiervoor al het één en ander opgenomen in de ISAE3402 procedures; voor de bepaling van de maandelijkse voorziening is inmiddels een procedure opgezet die vanaf 01-01-2015 ook onder de ISAE3402 procedure valt.

Dekkingsgraad
Dekkingsgraad

Tevens wordt gevraagd hoe besturen omgaan met bestuursbesluiten die effect hebben op de aanspraken dan wel de grondslagen van het pensioenfonds. Wijzigingen in de aanspraken en grondslagen leiden automatisch tot een wijziging in de voorziening. In het verleden leidden deze besluiten vaak pas aan het einde van het jaar tot een wijziging van de voorziening. Een voorbeeld hiervan is het besluit dat het afgelopen jaar door fondsen is genomen om de nieuwe AG prognosetafel te hanteren; het besluit hierover is ergens in de 2e helft van 2014 genomen maar de implementatie gebeurde veelal pas per 31 december 2014. Het effect van de invoering van de nieuwe sterftetafel werd dus ook toen pas duidelijk.

Nu echter de beleidsdekkingsgraad bepalend is voor de meeste beleidsbeslissingen, en de beleidsdekkingsgraad wordt vastgesteld op basis van de 12 voorliggende maanddekkingsgraden, is het  van belang dat in bestuursbesluiten expliciet wordt bepaald (en vastgelegd in de notulen) op welk moment de voorziening moet worden aangepast. De vraag hierbij is of je mag besluiten om het effect van het besluit pas later te effectueren. Bijvoorbeeld, in de bestuursvergadering in september het besluit nemen over de invoering van de nieuwe prognosetafel waarbij wordt besloten om deze pas per eind december daadwerkelijk te hanteren. 

Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden omdat de accountantskantoren hier (op dit moment) afwijkende standpunten over innemen. Er zijn kantoren die aangeven dat in het voorbeeld het effect op de voorziening gelijk in de dekkingsgraadrapportage over september moet worden meegenomen. Andere kantoren stellen dat het inderdaad ‘vooruitgeschoven’ mag worden. Het is dus raadzaam om, als een bestuur overweegt om een dergelijk besluit te nemen, hierover contact op te nemen met de eigen accountant om het standpunt te bepalen.

Besluiten die met terugwerkende kracht moeten ingaan, vereisen extra aandacht. Hierbij kan gedacht worden aan de invoering van een nieuwe prognosetafel per 1 januari van datzelfde jaar (in 2014 hebben een aantal fondsen hiertoe besloten). Een dergelijk besluit heeft dan effect op de bepaling van de maandelijkse dekkingsgraden en dus de beleidsdekkingsgraad. Dit kan mogelijk leiden tot ongewenste effecten. Een fonds zou bijvoorbeeld met terugwerkende kracht in een reservetekort kunnen belanden, waardoor een herstelplan in had moeten gaan. Ook hier dus het advies om afstemming te zoeken met de betrokken stakeholders (certificerend actuaris en accountant) voordat een dergelijk besluit wordt genomen.

 

Bij vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Dirk Jan Been of Grietje Sweertman.