Het Algemeen Pensioenfonds (APF), een serieuze optie voor kleine pensioenfondsen

Het Algemeen Pensioenfonds (APF), een serieuze optie voor kleine pensioenfondsen

Laatst gewijzigd op 1 februari 2016

Met name kleine pensioenfondsen beraden zich over hun toekomst, mede in het licht van de eisen ten aanzien van governance, risicomanagement en uitvoeringskosten. Sociale partners hebben daardoor in veel gevallen een reden de pensioenvoorziening bij een andere pensioenuitvoerder neer te leggen. Anderzijds er is veelal ook de behoefte de verbondenheid met het eigen pensioen en de solidariteit in eigen kring te behouden. Een algemeen pensioenfonds (APF) zou kunnen voorzien in deze behoefte. De vermogens die horen bij de afzonderlijke pensioenregelingen binnen een APF worden gescheiden geadministreerd (ringfencing). Een werkgever of een liquiderend pensioenfonds brengt de pensioenregeling onder bij een APF, waarbij de betrokkenheid van de belanghebbenden in een paritair model verloopt via het (centrale) bestuur en het verantwoordingsorgaan (per afzonderlijke collectiviteitkring) of in het onafhankelijke model via het belanghebbendenorgaan (per collectiviteitkring). Er is een vergunning nodig om een APF op te richten. 

Voor derde partijen als uitvoeringsorganisaties en verzekeraars is het mogelijk een APF op te richten dat bij aanvang nog ‘leeg’ is. Werkgevers of pensioenfondsen die wensen te liquideren, kunnen zich vervolgens bij een dergelijk APF aansluiten.

 

De Wet APF is op 1 januari 2016 in werking getreden.