Nieuwe prognosetafel Actuarieel Genootschap

Nieuwe prognosetafel Actuarieel Genootschap

Onlangs is de nieuwe prognosetafel AG2012-2062 gepubliceerd. Naar aanleiding daarvan heeft DNB een good practice gepresenteerd over het vaststellen van de set correctiefactoren voor het toepassen van de ervaringssterfte. In dit artikel leggen we u uit hoe u met het gebruik van gegevens, het model en de presentatie van de uitkomsten kunt omgaan.

Het Actuarieel Genootschap (AG) heeft in september de nieuwe prognosetafel AG2012-2062 gepubliceerd. Uitgaande van de prognosetafel zoals gepubliceerd in 2010 (AG2010-2060) heeft het AG een hernieuwd onderzoek uitgevoerd waarbij de uitkomsten zijn verwerkt binnen de prognosetafel AG2012-2062. De conclusie van het AG is dat de levensverwachting van met name mannen maar ook vrouwen opnieuw stijgt. Deze conclusie heeft gevolgen voor de huidige overlevingstafels die de pensioenfondsen gebruiken voor het vaststellen van hun grondslagen. Daarmee heeft het dus ook direct gevolgen voor de voorzieningen en dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Het gemiddelde effect van de nieuwe prognosetafel is een verzwaring van de voorziening van een pensioenfonds met circa 1%. Bij het toepassen van de nieuwe prognosetafel voor het vaststellen van de grondslagen van het pensioenfonds, moet de fondsspecifieke ervaringssterfte ook worden meegenomen. In dit kader is het niet verplicht om deze systematiek ook opnieuw te onderzoeken of vast te stellen. De in 2010 of 2011 door het fonds gekozen systematiek van ervaringssterfte mag nu als correctie worden meegenomen bij de invoering van de nieuwe prognosetafel. De fondsspecifieke waarnemingen moeten hierbij wel worden meegenomen. Met andere woorden: als het bestuur signalen heeft dat de gekozen ervaringssterftesystematiek afwijkt van wat men zelf waarneemt binnen het fonds (resultaat op sterfte), dan kan dit aanleiding zijn om de gekozen systematiek van ervaringssterfte opnieuw te analyseren.

Voor het vaststellen van de ervaringssterfte zijn diverse waarderingssystemen gebruikt in 2010 en 2011. DNB heeft, na de publicatie van de nieuwe prognosetafel, een good practice gepubliceerd over het gebruik van fondsspecifieke ervaringssterfte ten behoeve van het vaststellen van de grondslagen voor de berekening van de voorziening. Deze good practice geeft, zoals DNB aangeeft in haar publicatie, een leidraad met betrekking tot wat wordt vermeld in de Pensioenwet en het Besluit Financieel Toetsingskader voor wat betreft het gebruik van fondsspecifieke ervaringssterfte. De gepubliceerde good practice is dus een niet-bindende leidraad; bij de beoordeling van de gekozen systematiek van ervaringssterfte zal DNB deze leidraad echter wel als voorbeeld laten dienen.

In de good practice wordt een aantal zaken beschreven, die volgens DNB relevant zijn voor het vaststellen van de set correctiefactoren. Het gaat hier met name over het gebruik van gegevens, het gebruik van het model en presentatie van de uitkomsten.

Gegevens

Voor wat betreft de gegevens die het pensioenfonds hanteert als input in het model worden de volgende good practices aangegeven:

  • De gegevens die het pensioenfonds hanteert voor het uitvoeren van het onderzoek moeten gelijk zijn aan de gegevens die het fonds hanteert voor het opstellen haar jaarrekening.
  • De gegevens moeten relevant en betrouwbaar zijn en moeten betrekking hebben op voldoende achterliggende boekjaren.
  • De omvang van de gegevens moet voldoende groot zijn, waarbij een onderbouwing moet worden gegeven hiervan. Bij een onderbouwing kan worden gedacht aan het opnieuw bepalen van de correctiefactoren en de voorziening over voorliggende boekjaren en deze vergelijken met de nieuwe uitkomsten. Ook kan worden gedacht om de omvang van de gegevens in samenhang te brengen met de onzekerheid rondom de uitkomsten, waarbij de mate van onzekerheid acceptabel moet zijn voor het fonds.
  • Als het fonds zelf onvoldoende gegevens tot haar beschikking heeft of als de gegevens onvoldoende betrouwbaar zijn, kan het fonds gebruik maken van betrouwbare interpolatie- en extrapolatietechnieken of gebruik maken van een externe maatstaf. Als er wordt uitgegaan van de interpolatie- en extrapolatietechnieken moet worden onderbouwd waarom deze beter passen dan de externe maatstaven. Als externe maatstaf kunnen data dienen vanuit het CBS of van actuariële adviesbureaus. Voor wat betreft de externe maatstaf moet wel een consistentie toets worden uitgevoerd, waarbij moet worden vergeleken of de kenmerken van het eigen deelnemersbestand overeenkomt met de kenmerken van de populatie van de externe maatstaf;
  • Als gebruik wordt gemaakt van een externe maatstaf voor de bepaling van de correctiefactoren voor de ervaringssterfte, dan moeten de gegevens vanuit deze externe maatstaf wel voldoende transparant zijn. Zo kan worden beoordeeld of deze gegevens betrouwbaar zijn en voor het fonds kunnen worden toegepast.

Model

Het model dat wordt gebruikt moet eveneens transparant zijn. Hierbij geldt dat het bestuur van het pensioenfonds inzichtelijk moet krijgen hoe het model werkt en hoe de inputdata worden verwerkt in het model. Het pensioenfonds moet over documentatie beschikken hoe de techniek binnen het model werkt. Het model mag hierbij niet gevoelig zijn voor kleine veranderingen in de gegevens (bijvoorbeeld ontbrekende geboortejaren). Het model moet leeftijdsafhankelijke correctiefactoren produceren, die zijn geschat op basis van bedragensterfte.

Uitkomsten

Met betrekking tot de presentatie van de uitkomsten vraagt DNB dat de bandbreedtes en de betrouwbaarheidsintervallen meegenomen moeten worden, waarbinnen de uitkomsten kunnen bewegen. Ook moet het bestuur toelichten in hoeverre de onzekerheid rond de uitkomsten acceptabel is voor het bestuur.

Met deze good practices wil DNB benadrukken dat het bestuur van een pensioenfonds volledig op de hoogte moet zijn van de gegevens en het model dat gebruikt wordt bij het bepalen van de correctiefactoren voor de ervaringssterfte. Transparantie is hierbij het sleutelwoord. Dit houdt in dat het bestuur, veelal in overleg met de partij die deze berekening voor haar uitvoert, nadere afspraken moet maken op welke wijze het bestuur dit inzicht verkrijgt.