Kabinet past fiscaal kader voor aanvullende pensioenen aan

Kabinet past fiscaal kader voor aanvullende pensioenen aan

Om een aantal afspraken uit het pensioenakkoord een wettelijke basis te geven, is er een aantal wijzigingen op het gebied van AOW en het Witteveenkader nodig. We zetten deze wijzigingen voor u uiteen.

Op 10 juni 2011 heeft het kabinet een pensioenakkoord bereikt met de sociale partners. In dit pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over de toekomst van het pensioenstelsel. Het pensioenakkoord is erop gericht het aanvullend pensioenstelsel meer bestendig te maken tegen schokken in de beleggingsopbrengsten. Daarnaast zijn zowel voor de AOW als de aanvullende pensioenen afspraken gemaakt om het draagvlak voor beide stelsels voor de toekomst veilig te stellen. Dat is nodig als gevolg van de stijgende levensverwachting, de krimp van de beroepsbevolking en de toename van het aantal 65-plussers. Om een deel van de afspraken uit het pensioenakkoord een wettelijke basis te geven, heeft het kabinet in 2011 het wetsvoorstel Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging van de AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW aan de Tweede Kamer aangeboden.

Er zal daarnaast een apart wetgevingstraject komen tot aanpassing van de Pensioenwet, in het bijzonder van het financieel toetsingskader. Het betreffende wetsvoorstel zal naar verwachting in de eerste helft van 2013 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Daarnaast zullen er in verband met het pensioenakkoord ook nog nadere aanpassingen van de fiscale regelgeving volgen. Omdat de vormgeving van de nieuwe pensioencontracten nog in ontwikkeling is, konden die wijzigingen nog niet worden betrokken in dit wetsvoorstel.

Wijzigingen AOW

Het wetsvoorstel Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging van de AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW voorziet in 2020 in een verhoging van de ingangsleeftijd van de AOW naar 66 en – afhankelijk van de ontwikkeling van de levensverwachting – waarschijnlijk in 2025 naar 67. De verdere verhoging van de AOW-ingangsleeftijd wordt vastgesteld op basis van een in de wet vastgelegde formule, waarin de verwachte stijging van de levensverwachting is verwerkt. De stijging van de AOW-leeftijd kan niet meer dan één jaar bedragen. Indien de uitkomst van de formule leidt tot aanpassing van de AOW-ingangsleeftijd, dan zal die elf jaar later ingaan. Daarnaast zal de AOW tussen 1 januari 2013 en 2029 extra worden verhoogd.

Tot slot kan de AOW eerder (maar niet eerder dan 65), later (met een maximum van 5 jaar) of in deeltijd (in stappen van 10%) worden opgenomen. Bij een vervroeging of uitstel geldt een verlagings- of verhogingspercentage van 6,5%.

Wijziging Witteveenkader

Ook wijzigt het wetsvoorstel de fiscale pensioenrichtleeftijd zoals die is vastgelegd in de Wet op de loonbelasting. Nu is die richtleeftijd op 65 gesteld. Het oorspronkelijke voorstel voorzag in een verhoging van de richtleeftijd: per 1 januari 2013 naar 66 en in 2015 naar 67. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft echter bij brief van 27 januari 2012 aangekondigd een daartoe strekkend verzoek van het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie te honoreren en de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2014 in een keer op 67 te stellen. In de brief geeft de minister ook aan via een overgangsbepaling te zullen regelen dat overschrijding van de fiscale 100%-grens is toegestaan. Dit geldt als de overschrijding het gevolg is van een actuariële herrekening van bestaande pensioenaanspraken naar aanspraken op basis van de nieuwe pensioenrichtleeftijd.

Na de verhoging van de pensioenrichtleeftijd in 2014 naar 67 zal een verdere verhoging mogelijk zijn, indien de ontwikkeling van de levensverwachting daartoe aanleiding geeft. Een verdere verhoging van de pensioenrichtleeftijd zal worden vastgesteld volgens dezelfde formule als die voor de vaststelling van een eventueel hogere AOW-ingangsleeftijd. Ook een verhoging van de pensioenrichtleeftijd zal net als de AOW-ingangsleeftijd in stappen van een jaar plaats vinden. Om de vijf jaar wordt bezien of de ontwikkeling van levensverwachting aanleiding vormt de pensioenrichtleeftijd verder te verhogen. Dat betekent dat een eventueel verdere verhoging van die leeftijd naar 68 jaar voor het eerst per 1 januari 2019 (uitgaande van 1 januari 2014) zal plaatsvinden. De verhoging zal een jaar van te voren bekend worden gemaakt.

Daarnaast wijzigt het wetsvoorstel de minimaal te hanteren AOW, waarmee volgens de Wet op de loonbelasting bij de pensioenopbouw rekening dient te worden gehouden. Vanaf 2014 dient bij deze minimaal te hanteren AOW ook het bedrag waarmee tussen 2014 en 1 januari 2029 de AOW extra wordt verhoogd, betrokken te worden.
De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met de hierboven beschreven wijzigingen van de AOW en het fiscale kader. Als ook de Eerste Kamer dat doet – wat verwacht mag worden – dan zal de fiscale pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2014 op 67 jaar worden gesteld.