Hogere buffereisen door herziening financieel toetsingskader

Hogere buffereisen door herziening financieel toetsingskader

De wet ‘Aanpassing financieel toetsingskader’ heeft geleid tot een aanpassing van hoofdstuk 6 van de Pensioenwet. Het nieuwe kader bevat in de eerste plaats hogere buffereisen. Daarnaast moeten pensioenfondsen hun beleidsmaatregelen nu baseren op de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. Deze beleidsdekkingsgraad wordt berekend als een voortschrijdend gemiddelde van de actuele dekkingsgraad over 12 maanden. Verder is het onderscheid tussen een korte- en langetermijnherstelplan is komen te vervallen en er zijn regels geïntroduceerd voor de toeslagverlening.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer heeft staatssecretaris Klijnsma de toezichthouder (DNB) verzocht om uitstel van de per 1 januari 2015 voorziene wijziging van de UFR voor pensioenfondsen. Op 14 juli 2015 heeft DNB – na een periode van uitstel - besloten de UFR per 15 juli 2015 toe te passen. Als gevolg van de nieuwe UFR daalt de rente voor langlopende verplichtingen, waardoor de verplichtingen voor een gemiddeld fonds volgens staatssecretaris Klijnsma met 2,8% toenemen.

De wet ‘Aanpassing financieel toetsingskader’ is op 1 januari 2015 in werking getreden. De beleidsdekkingsgraad en het vereist eigen vermogen worden vanaf die datum volgens de bepalingen in de nieuwe wet vastgesteld. Als er per 1 januari 2015 sprake is van een tekort, moet vóór 1 juli 2015 een herstelplan worden ingediend bij DNB, waarin wordt uitgewerkt hoe in twaalf jaar (bij wijze van overgang niet in tien jaar) wordt voldaan aan het vereist eigen vermogen. De abtn moet vóór 1 juli 2015 aan DNB gezonden worden. Voor de voor het fonds vastgestelde risicohouding geldt dat deze vóór 1 oktober 2015 in de abtn moet zijn vastgelegd. Ook de zogenoemde haalbaarheidstoets – die in de plaats komt van de continuïteitsanalyse – moet vóór 1 oktober zijn uitgevoerd en gerapporteerd aan DNB.