Waardeoverdracht en afkoop

Waardeoverdracht en afkoop

Laatst gewijzigd op 2 februari 2017

Staatssecretaris Klijnsma heeft in januari 2014 in een brief aan de Tweede kamer laten weten waarde te hechten aan de individuele keuzevrijheid om bij baanwisseling de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken wel of niet te kunnen overdragen. Daarnaast is onderzoek aangekondigd naar de wijze waarop de overdrachtswaarde wordt bepaald en hoe kleine pensioen zouden kunnen worden behandeld.

Met een brief van 14 april 2016 heeft staatssecretaris Klijnsma aangegeven dat zij een systeem waarbij waardeoverdracht op basis van de gefinancierde waarde plaatsvindt niet wenselijk acht. Verschillen in pensioencontracten en financieringsmethoden zouden op die manier niet voor rekening van werkgevers en pensioenuitvoerders komen, maar ten laste komen van de deelnemer. Deelnemers zouden daardoor geconfronteerd kunnen worden met grote verschillen in aanspraken voor en na waardeoverdracht, aldus de staatssecretaris. 

In de brief gaat de staatssecretaris ook in op kleine pensioenen. Pensioenuitvoerders hebben op grond van de Pensioenwet onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid kleine pensioenen (in 2016 pensioenen lager dan € 465,94 per jaar) twee jaar na afloop van de deelneming af te kopen. De waarde van het pensioen wordt dan in één keer uitbetaald aan de gerechtigde en de pensioenaanspraak verdwijnt uit de pensioenadministratie van het fonds. Op die manier kunnen de administratieve lasten van kleine pensioenen bij pensioenuitvoerders worden beperkt. De staatssecretaris hecht waarde aan deze beperking van administratieve lasten. Anderzijds zouden pensioenen zoveel mogelijk hun pensioenbestemming moeten behouden. Het voornemen is daarom om het recht op afkoop te vervangen door de plicht om kleine pensioenen over te dragen aan de nieuwe pensioenuitvoerder van de betrokkene of een vorige uitvoerder waar de aanspraak van de betrokkene het hoogst is. Nader onderzoek is nog nodig als het gaat om technische en privacyaspecten van de hiervoor noodzakelijke informatie-uitwisseling tussen pensioenuitvoerders.

In de laatste plaats wordt in de brief ingegaan op aanpassing van de pensioenleeftijd van opgebouwde pensioenaanspraken aan de fiscale pensioenleeftijd. In 2012 heeft de staatssecretaris aangegeven dat de Pensioenwet toelaat dat wordt afgezien van individueel bezwaarrecht van deelnemers bij herrekening naar een hogere pensioenleeftijd, mits dat actuarieel neutraal plaatsvindt en er de mogelijkheid is het pensioen te vervroegen naar de oorspronkelijk leeftijd. De staatssecretaris heeft nu in de brief van 14 april 2016 toegezegd met een nadere toelichting te komen en – zo nodig – het wettelijk instemmingsrecht op dit punt aan te passen.

Op 21 december 2016 is een conceptwetsvoorstel met betrekking tot de overdracht van kleine pensioenen en de aanpassing van de pensioenleeftijd gepubliceerd op internetconsultatie.nl, waar ‘het pensioenveld’ tot 20 januari 2017 de mogelijkheid had op het conceptwetsvoorstel te reageren.  De verwachting is dat er medio 2017 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Het streven daarbij is een inwerkingtreding per 1 januari 2018.​