Consolidatie van fondsen is de toekomst

Consolidatie van fondsen is de toekomst

Strengere eisen voor bestuurders van pensioenfondsen, minder bestuurders beschikbaar bij de sociale partners, toenemende druk op pensioenfondsen om de uitvoeringskosten te beheersen. Is verdere professionalisering en consolidatie van fondsen een oplossing om de sector toekomstbestendig te maken? Benne van Popta, werkgeversvoorzitter van twee pensioenfondsen en verbonden aan MKB-Nederland, geeft zijn visie op nut en noodzaak van schaalvergroting.

Wat zijn de belangrijkste voordelen als pensioenfondsen fuseren?

‘Kostenreductie is natuurlijk een belangrijk voordeel. Ik denk daarbij ook aan kosten voor communicatiemiddelen – we communiceren steeds vaker via online en interactieve middelen. In de pensioenwereld staan we nog maar aan het begin van deze ontwikkeling. Schaalvergroting betekent dat de kosten voor deze investeringen per deelnemer lager
zijn. Een tweede voordeel is dat de bestuurlijke belasting hanteerbaarder wordt. Aangezien de eisen voor bestuurders steeds strenger worden, raakt de vijver sneller leeg. Het komt dan goed uit als er minder bestuurders nodig zijn. Tot slot sluiten de fusies aan bij de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het onderscheid tussen de sectoren wordt steeds minder groot. Binnen de non-foodsector stappen werknemers bijvoorbeeld gemakkelijk over van de ene naar de andere winkel. De schotten binnen en tussen sectoren gaan weg. Het is dan logisch dat die schotten ook bij pensioenfondsen verdwijnen. Werknemers hoeven niet steeds over te stappen en we zitten niet met overdrachtgedoe. Ik kan me zelfs voorstellen dat we straks één pensioenfonds hebben voor ‘Handel’.’

Consolidatie van pensioenfondsen ziet u dus als een goede ontwikkeling. Maar zijn er ook nadelen?

‘Wat sommigen zien als een nadeel is dat pensioenregelingen minder zijn afgestemd op de sectoren. Zelf zie ik dit juist als een voordeel. We gaan van maatpakken naar confectiepakken. En dat is goed. Het regeerakkoord neemt daar al een voorschot op: maximumleeftijd 67 jaar, maximaal opbouwpercentage 1,75%, maximaal loon 100.000 euro, alleen de franchise moet nog worden ingevuld. Wat is er mis met een pensioenfonds dat hierop nu al inspeelt? Voor deelnemers wordt het inzichtelijker. En het maakt de uitvoering  eenvoudiger. Wel is het VPL-dossier straks echt gesloten: na 2020 bestaan geen mogelijkheden meer voor vroegpensioen. Sommige sectoren hikken aan tegen de aanpassingen die ze hiervoor moeten doen. Maar die aanpassingen zijn onvermijdelijk.’

Wat gaan deelnemers merken van de schaalvergroting? Krijgen zij hierdoor een beter pensioen?

‘Ja, het is ook voor deelnemers gunstig. Kostenvoordeel klinkt nogal abstract. Maar er is een simpele vuistregel van Guus Boender. Die zegt: 1% meer rendement is 30% meer  pensioen. Lukt rendementsverhoging onvoldoende op de kapitaalmarkt, dan biedt kostenreductie uitkomst. We rekenen hierbij met basispunten, waarbij 1 basispunt 0,01% rendement oplevert. Bij een kostenreductie van 25 basispunten hebben deelnemers aan het einde 7,5% meer pensioen. Bijvoorbeeld door minder actieve beleggingsstijlen
en/of minder complexe beleggingsproducten. Dat komt neer op ongeveer 1 jaar eerder met pensioen. Dat maakt dus nogal wat uit. Wat ik zelf belangrijk vind, is dat we door grotere fondsen betere kwaliteit kunnen bieden. Ik verwacht dat deelnemers steeds vaker online hun pensioenoverzicht willen raadplegen. Zij willen zelf kunnen uitzoeken wat bepaalde keuzes – zoals parttime werken of langer doorwerken – betekenen voor hun pensioen. De ontwikkelkosten voor dit soort ICT-oplossingen zijn hoog en het is gunstig om die kosten te kunnen spreiden over veel deelnemers.

Hoe zou het ideale governancemodel er volgens u uit moeten zien?

‘Over modellen kun je eindeloos discussiëren. Moeten we bijvoorbeeld kiezen voor een deskundigenmodel, een one-tier board of het huidige paritair model? Waar het naar mijn idee om gaat, is of je een goede balans kunt vinden tussen draagvlak bij de sociale partners én voldoende bestuurlijke deskundigheid. Het deskundigenmodel – met een bestuur van externe financieel deskundigen – kan goed werken als de sociale partners in een soort Raad van Toezicht vertegenwoordigd zijn. Verder moeten deskundigen
wél bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen. Dus zelf beslissingen nemen en deze zelf uitleggen. Dat is wat anders dan ‘adviserende deskundigheid’: “Ik zou het zus en zo doen en kijk maar wat je doet”. Bestuurlijke deskundigheid is verantwoordelijkheid waarmaken en uitleggen aan de deelnemers. Het paritaire model met een vertegenwoordiging van werkgevers en werknemers is ook prima, maar dan moeten alle bestuursleden deskundig genoeg zijn. En dat is gemakkelijker te realiseren als we kiezen voor schaalvergroting.’

De rol van sociale partners binnen de fondsen gaat dus veranderen.

‘Ja. Maar zij zullen wel betrokken willen blijven. Daarin kun je dus variëren, afhankelijk van het gekozen governancemodel. De rol van sociale partners – en hun invloed op de uitvoering – kunnen we waarborgen via duidelijke werkafspraken. Een soort convenant waarin je vastlegt wie waarvoor verantwoordelijk is. En wat de uitgangspunten zijn voor bijvoorbeeld indexatie, pensioen- en vermogensbeheer. De spelregel dat sociale partners verantwoordelijk zijn voor de pensioenregeling en het pensioenfonds voor de uitvoering is in de huidige context te simpel.’

Wat betekent de consolidatie voor de relatie tussen fonds en uitvoerder?

‘Voor beide partijen betekent de consolidatieslag dat ze verder moeten kijken dan vandaag. En van elkaar weten wat de plannen zijn. Die stip op de horizon is belangrijk. Want als pensioenfondsbestuurders plannen hebben om fondsen samen te voegen, is het handig als alle fondsen bij dezelfde uitvoerder zitten. Maar ook uitvoerders kunnen plannen hebben. Kortom, uitvoerders en fondsen moeten hun strategie bepalen, uitgangspunten vaststellen en elkaar hierover informeren. En samen de puzzel maken hoe de plannen op elkaar zijn af te stemmen. Dat zie ik nu nog nauwelijks gebeuren.’

‘Ook de buitenwereld heeft steeds meer invloed op de relatie tussen fonds en uitvoerder. Belanghebbenden, zoals politiek, media en deelnemers, houden het  pensioenfondsbestuur verantwoordelijk voor alles wat er misgaat. Ook al gebeurt dat in de spelonken van de uitvoering. Steeds meer uitvoerders realiseren zich dat sturen op kwaliteit belangrijk is. Investeren in kwaliteit vraagt om een structurele relatie tussen pensioenfonds en uitvoerder, sturen op alleen het uitvoeringscontract plus SLA schiet te kort.’