Besluitvormingsproces bij kortingsbesluit

Besluitvormingsproces bij kortingsbesluit

In oktober heeft DNB pensioenfondsen aangeschreven die naar verwachting een korting zullen moeten doorvoeren. Welk tijdpad moet worden gevolgd? En aan welke normen moet het kortingsbesluit voldoen?

DNB heeft in een brief van 11 oktober jl. de pensioenfondsen aangeschreven die naar verwachting op 1 april 2013 een korting zullen moeten doorvoeren. In de brief wordt aangegeven welk tijdpad gevolgd moet worden voor het besluitvormingsproces en aan welke normen het kortingsbesluit moet voldoen. DNB zal het voorgenomen kortingsbesluit toetsen op die normen aan de hand van de door het fonds ingevulde vragenlijst. Het gaat er daarbij met name om dat:

  1. de korting een ‘ultimum remedium’ is;
  2. het besluit in overeenstemming is genomen met de specifieke fondsstukken;
  3. de belangen van de verschillende groepen voldoende zijn afgewogen;
  4. voldaan is aan de informatievoorschriften en dat de deelnemersraad tijdig om advies is gevraagd.

Voor wat betreft de belangenafweging geldt dat bij het toepassen van differentiatie tussen groepen (en er dus niet een korting plaatsvindt met een gelijk percentage voor iedereen) er een specifieke onderbouwing moet zijn, die rechtvaardigt dat afgeweken wordt van een evenredige korting voor iedereen.

Ten slotte is van belang dat het fonds zich tijdig heeft verdiept in de administratieve uitvoerbaarheid van de kortingsmaatregel.